studiebegeleiding

Bij studiebegeleiding leert een leerling om al zijn kwaliteiten bij elkaar te brengen. Minder goed ontwikkelde kanten kunnen met inzet van sterke punten verbeterd of gecompenseerd worden. Het doel is om dat niveau van studeren te bereiken wat nodig is om het best passende onderwijs te kunnen volgen. Best passend is dan rekening houdend met verstandelijke capaciteiten, executieve functies en motivatie.

De leerling is aan zet en brengt zijn eigen materiaal mee, zoals huiswerk, leerstof voor een toets of een bepaalde vraag. Tijdens de begeleiding wordt er met dit materiaal of deze vraag gewerkt. De begeleiding gaat daarbij een stap verder dan alleen het beantwoorden van de vraag of het bespreken van het werk. Studiebegeleiding gaat daarom veel verder dan alleen huiswerkbegeleiding. Het meegenomen werk is slechts uitgangspunt om de leerling strategieën, denkwijzen en andere vaardigheden te leren die het hele leren en studeren op een hoger plan brengen. Wat geleerd wordt naar aanleiding van een tekst biologie kan ook toegepast worden bij een ander vak. Tijdens de begeleiding wordt o.a. gewerkt met mindmaps/woordwebben, schema's en het markeren van teksten.